Field parameters instellen in Power BI
Field parameters zijn een Power BI-functie waarmee je een slicer koppelt aan de assen of legenda van een visual. De gebruiker kiest via de slicer welke measure of dimensie getoond wordt, zonder dat jij meerdere rapporten of visuals nodig hebt. Je maakt een field parameter aan via Modellering > Nieuwe parameter > Velden.
Met field parameters laat je rapportgebruikers zelf wisselen tussen maatstaven of dimensies via een slicer, zonder dat je meerdere versies van hetzelfde rapport nodig hebt.
Wat field parameters doen
Een field parameter is een speciale tabel die Power BI voor je genereert, met een rij per measure of kolom die je erin opneemt. Die tabel heeft een slicer-kolom waarmee de gebruiker een keuze maakt, en een referentiekolom die de bijbehorende measure of kolom aanwijst. Koppel je die referentiekolom aan een visual, dan past de visual zich automatisch aan op basis van de slicer-selectie. Het resultaat: één grafiek die drie of meer maatstaven kan tonen, aangestuurd door de eindgebruiker.
Praktisch voorbeeld
Stel je hebt een staafdiagram dat omzet toont per maand. Je wilt dat de gebruiker kan wisselen tussen omzet, kosten en brutomarge in dezelfde grafiek. Zonder field parameters bouw je drie identieke grafieken en verberg je er twee via bladwijzers: omslachtig en moeilijk te onderhouden. Met een field parameter voeg je de drie CALCULATE-gebaseerde measures samen in één parameter, koppel je een slicer en gebruik je de parameterreferentie als de waarden-bucket van de grafiek. De gebruiker schakelt zelf tussen de weergaven.
Assitels dynamisch maken
Een veelgemaakte stap die mensen vergeten: de astitels zijn na het koppelen van een field parameter statisch. Ze tonen de naam van de parameterreferentiekolom in plaats van de geselecteerde measure. Los dit op met een dynamische titelsmeasure: SELECTEDVALUE(ParameterTabel[ParameterTabel Velden]). Gebruik die measure als de titel van de Y-as of de naam van de visual. Zo past de grafiekopschrift mee als de gebruiker een andere maatstaf selecteert, wat de leesbaarheid aanzienlijk verbetert.
Beperkingen
Field parameters werken niet in alle situaties. Ze zijn niet beschikbaar in Live-verbindingen naar Analysis Services tenzij het model field parameters ondersteunt. Kaartvisuals en sommige Power BI-marketplace visuals verwerken field parameters niet altijd correct. Gebruik field parameters ook niet voor het aansturen van filters of slicers op andere visuals: ze zijn uitsluitend bedoeld voor het dynamisch instellen van assen en waardenvelden. Wil je ook de visuele kleurcodering dynamisch maken, combineer dat dan met een aparte DAX-measure in plaats van het field parameter-mechanisme.
Onze tip: Beperk het aantal opties in een field parameter slicer tot vijf of minder. Meer dan vijf keuzes maakt de slicer onoverzichtelijk en de gebruiker weet niet meer wat hij selecteert. Groepeer gerelateerde maatstaven in aparte parameters als je veel opties hebt.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een field parameter en een what-if parameter?
Een what-if parameter genereert een numerieke slicer waarmee je een waarde instelt die je in DAX-berekeningen gebruikt, bijvoorbeeld een groeipercentage. Een field parameter bevat een lijst van measures of kolommen die de gebruiker als assen in een visual kan kiezen. De twee zijn complementair: what-if parameters sturen berekeningen aan, field parameters sturen de visualisatie aan.
Kan ik field parameters ook gebruiken voor dimensies?
Ja. Je kunt naast measures ook kolommen als velden opnemen in een field parameter. Zo laat je gebruikers wisselen tussen 'Omzet per Regio' en 'Omzet per Product' in dezelfde grafiek, waarbij de dimensie op de X-as wisselt. Meng measures en dimensies niet in dezelfde field parameter: dat levert verwarrende slicers op. Maak aparte parameters voor maatstaven en aparte parameters voor assen.
Wat zijn de beperkingen van field parameters?
Field parameters werken niet met alle visuele typen even goed. Kaartvisuals en sommige aangepaste visuals ondersteunen field parameters niet volledig. Daarnaast kun je geen field parameter gebruiken als filter in een andere visual: de parameter is uitsluitend bedoeld voor assen, legenda's en waardenvelden. Field parameters zijn ook niet beschikbaar in Live-verbindingen naar Analysis Services zonder aanpassingen aan het model.