Automations 6 min

HTTP-request versturen in Power Automate

Kort antwoord

In Power Automate gebruik je de actie 'HTTP' (te vinden onder 'Ingebouwd') om een GET- of POST-request naar een externe API te sturen. Je configureert de methode, URL, headers en body, en gebruikt de response-body in vervolgstappen. De HTTP-actie vereist een Premium-connector licentie.

Met de HTTP-actie in Power Automate roep je elke externe API aan, stuur je data op en verwerk je de response in je flow.

Waarom een HTTP-request in Power Automate?

Power Automate heeft honderden ingebouwde connectoren, maar er zijn altijd systemen of interne tools die geen kant-en-klare connector hebben. De HTTP-actie lost dit op: je kunt elke dienst aanroepen die een REST-API aanbiedt, van een zelfgebouwde applicatie tot een nichesoftware met een publieke API.

Typische gebruikssituaties zijn het doorgeven van data aan een intern systeem, het ophalen van informatie uit een database via een API-endpoint, of het triggeren van een actie in een externe tool na een gebeurtenis in Microsoft 365.

Stap 1: open je flow en voeg een actie toe

Ga naar je flow in Power Automate en klik op “Nieuwe stap”. Zoek op “HTTP” en kies de actie “HTTP” onder de categorie “Ingebouwd”. Let op: dit is een Premium-connector die een betaalde licentie vereist. Zonder de juiste licentie zie je de actie wel, maar kun je hem niet uitvoeren.

Stap 2: stel de methode en URL in

Kies de HTTP-methode die de API verwacht: GET voor ophalen, POST voor aanmaken, PUT voor bijwerken, DELETE voor verwijderen. Vul de volledige API-endpoint URL in. Gebruik het bliksem-pictogram om dynamische waarden uit eerdere stappen in de URL op te nemen, bijvoorbeeld een klant-ID uit een trigger.

Stap 3: voeg headers toe

Klik op “Geavanceerde opties weergeven” om de headers-sectie te openen. Voeg headers toe als sleutel-waardeparen. Voor de meeste REST-API’s is minimaal Content-Type: application/json nodig. Voeg ook een autorisatieheader toe, afhankelijk van de beveiligingsmethode van de API: een Bearer Token, een API Key of Basic Authentication.

Sla API-sleutels altijd op als Power Automate-omgevingsvariabelen of in Azure Key Vault, nooit als harde waarden in de flow. Zie ook de leidraad voor foutafhandeling in Power Automate om te begrijpen wat er gebeurt als de API een fout teruggeeft.

Stap 4: stel de request body in (POST/PUT)

Voor POST- en PUT-requests vul je de Body in als JSON. Gebruik de expressie-editor om dynamische waarden op te nemen. Voorbeeld:

{
  "naam": "@{triggerBody()?['naam']}",
  "email": "@{triggerBody()?['email']}"
}

Valideer de JSON-structuur voordat je de flow test: een ongeldige JSON-body levert een cryptische 400-fout op.

Stap 5: verwerk de response

Na de HTTP-actie is de response beschikbaar als “Body”. Gebruik de actie “JSON parseren” direct erna. Geef de Body als content en klik op “Voorbeeldpayload gebruiken om schema te genereren”: plak een voorbeeldresponse van de API-documentatie. Power Automate genereert dan automatisch een schema en maakt dynamische velden aan die je in vervolgstappen kunt gebruiken.

Stap 6: voeg foutafhandeling toe

Configureer de actie direct na de HTTP-stap op “Uitvoeren na: Is mislukt” om te reageren op fouten. Voeg een conditie toe op de statuscode: als de code buiten het 200-bereik valt, stuur dan een notificatie via Teams of e-mail. Koppel ook het inrichten van een webhook als je wilt dat externe systemen de flow kunnen triggeren in plaats van andersom.

Onze tip: Test de HTTP-actie altijd eerst met een tool als Postman of de browser-extensie REST Client voordat je de flow bouwt. Zo weet je exact welke headers, body en authenticatie de API verwacht, en bespaar je veel debugtijd in Power Automate.

Veelgestelde vragen

Heb ik een Premium-licentie nodig voor de HTTP-actie?

Ja, de HTTP-actie in Power Automate is een Premium-connector. Je hebt een Power Automate Per User Plan of Per Flow Plan nodig. Als je organisatie Microsoft 365 E3 of E5 gebruikt, heb je mogelijk al toegang; check dit bij je IT-afdeling. Zonder Premium-licentie kun je de HTTP-actie zien maar niet uitvoeren.

Hoe stuur ik authenticatiegegevens mee in een HTTP-request?

De meest gebruikte methodes zijn: Bearer Token (een Authorization-header met 'Bearer [token]'), API Key (een custom header zoals 'x-api-key'), of Basic Authentication (gebruikersnaam en wachtwoord als Base64-encoded string in de Authorization-header). Power Automate heeft ook een ingebouwde optie voor OAuth2 via de geavanceerde authenticatie-instellingen van de HTTP-actie.

Hoe verwerk ik een JSON-response in Power Automate?

Gebruik de actie 'JSON parseren' direct na de HTTP-actie. Geef de Body als content op en genereer een schema op basis van een voorbeeldresponse. Power Automate maakt dan dynamische velden van de JSON-properties, die je in vervolgstappen kunt gebruiken zonder formules te schrijven.

Hier over sparren?

Plan een vrijblijvend gesprek. We luisteren mee, schetsen een aanpak en geven een eerlijk beeld van wat haalbaar is, zonder verkoopdruk.